Ingenieursbureaus en de adaptieve krijgsmacht

Defensie wil de komende jaren het Total Force Concept  invoeren. Deze ‘adaptieve krijgsmacht’ moet er voor zorgen dat de krijgsmacht wordt versterkt en flexibeler kan inspelen op nieuwe ontwikkelingen en dreigingen. Op 13 januari 2017 stuurde minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert een plan van aanpak aan de Tweede Kamer. Het plan biedt mogelijkheden voor een veelbelovende samenwerking tussen de krijgsmacht en ingenieursbureaus.

Een ambitieuze doelstelling


Het is evident dat oorlogsvoering sterk veranderd en digitaliseert. De krijgsmacht moet adequaat kunnen blijven acteren en wil daarom meer samenwerken met civiele bedrijven en burgerspecialisten. Deze adaptieve krijgsmacht richt zich op (1) het vergroten van de flexibiliteit, inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht, en (2) het opzetten van een duurzame samenwerking met andere actoren in de samenleving. Onder andere heeft dit als voordeel dat bepaalde capaciteiten die niet onafgebroken binnen de krijgsmacht aanwezig hoeven te zijn tegen lagere kosten kunnen worden behouden. Denk bijvoorbeeld aan ICT en cybertechnologiediensten of transport- en medische stafcapaciteit. Defensie beoogt bovendien door deze strategie een sterkere verankering van de krijgsmacht in de samenleving.

De huidige civiele en militaire interactie


Het concept van de adaptieve krijgsmacht is echter niet nieuw. Defensie werkt al veel samen met reservisten en civiele specialisten. Neem bijvoorbeeld de afdeling Materieellogistiek Commando Land waar veel functies door burgers worden uitgevoerd. De combinatie van burgerpersoneel draagt zorg voor hoog kennisniveau en continuïteit van deze afdeling. Een andere voorbeeld is het Civiel en Militaire Interactie Commando welke hoofdzakelijk bestaat uit reservisten met een specifieke deskundigheid. Operationele ondersteuning en samenwerking met overheden, politieke leiders en NGO’s in missiegebieden zijn speerpunten van deze eenheid. De deskundigheid van de specialisten richt zich op cultuur, openbare bestuur, civiele infrastructuur, gezondheidszorg en psychologische oorlogsvoering. Doordat de meeste specialisten werkzaam zijn bij civiele bedrijven kan Defensie beschikken over actuele kennis en kunde. De adaptieve krijgsmacht van minister Hennis gaat echter een stap verder dan de inzet van burgerspecialisten. Het beoogd een ambitieuze participatie van civiele bedrijven binnen Defensie.

Bron afbeeldingen: Defensiekrant

Transitie met het bedrijfsleven


De omschakeling zal voor Defensie een grote opgave worden. Er moeten diverse oplossingen worden gevonden voor vraagstukken die volkomen nieuw zijn vanwege de aansluiting met het commerciële bedrijfsleven. De minister is voornemens om het plan binnen drie tot vier jaar te implementeren. Het zal deels in de praktijk moeten blijken waar aanpassingen nodig zijn in de kern van het militaire bedrijf en bestaande wet- en regelgeving. En in welke hoedanigheid er invulling kan worden gegeven aan samenwerkingsverbanden en doctrines van de NATO of EU. Voor bepaalde werkvelden zoals de medische, werktuigbouwkundige of juridische ondersteuning zal deze transitie een waarschijnlijk relatief gemakkelijker zijn dan voor andere afdelingen. Neem bijvoorbeeld de gevechtseenheden, infanteristen, mariniers, kanonniers of gevechtspiloten waarvoor deze transitie een stuk moeilijker zal zijn door vertrouwensrelaties, intensieve training en jarenlange teambuilding. Even burgers in deze eenheden plaatsen zit er niet in.

Vertrouwen is cruciaal


Slimme vormen van samenwerking zijn cruciaal voor het succes van de adaptieve krijgsmacht. Dit betekend dat er op het gebied van contractering, wet- en regelgeving en personeelsbeleid voor Defensie en de commerciële markt veel kan gaan veranderen. Samenwerkingen tussen Defensie en bedrijven zullen op basis van onderling vertrouwen tot stand moeten worden gebracht. Een groot gedeelte van de werving van diensten en producten zal niet langer meer met traditionele contracten worden aanbesteed. Mogelijk dat diensten niet zullen worden betaald maar worden ingeruild door de levering van tegendiensten’, bijvoorbeeld door een gedeeld personeelsbestand. De vraag is hoe er dan moet worden omgegaan met hoog vertrouwelijk diensten, de beveiliging van militaire informatie of de bescherming van kennis en patenten.

Het succes van de adaptieve krijgsmacht ligt niet alleen op het bord van Defensie maar ook bij de markt

Ingenieursbureaus en de adaptieve krijgsmacht


Het ziet er naar uit dat ook ingenieurs- en adviesbureaus bereidt zijn om te participeren. Binnen de Genie en de Defensiestaf zijn er tal van mogelijkheden. Ingenieursbureaus kunnen relatief flexibel en eenvoudig met de Genie inventieve ingenieursoplossingen tot stand brengen. De Nederlandse ingenieurssector acteert wereldwijd waardoor de krijgsmacht direct kan gaan beschikken over veel gedetailleerdere informatie van objecten en infrastructurele werken in andere landen. Voor ingenieursbureaus ontstaan er mogelijkheden om flexibel vakspecialisten van de Genie in dienst te nemen en vice versa, met traineeships, kennisuitwisselingen en trainingen als gevolg. Een ander perspectief kan zijn dat de Genie in combinatie met ingenieursbureaus projecten kan gaan aannemen van andere bedrijven of overheden. De Genie als aannemende partij zal onherroepelijk leiden tot nieuwe dimensies en concurrentieposities in de bouw- en infrasector. Er kan voordelige synergie ontstaan wanneer de Genie zich zich als consultant of aannemer inschrijft op bouwprojecten, maar ook potentiële concurrentie.

Het succes van de adaptieve krijgsmacht ligt niet alleen op het bord van Defensie. Het uiteindelijke slagen zal afhankelijk zijn van de ingenieursbureaus die zich flexibel kunnen opstellen tegenover nieuwe werkvormen en samenwerkingsverbanden. Dit betekend het loslaten van de huidige en vaak logge business- en managementmodellen, en zich toeleggen op een andere praktijkervaring en andere opleiding van personeel. Er moeten daarnaast ook oplossingen worden bedacht hoe er moet worden om gegaan met buitenlandse opdrachtgevers, andere overheden en vertrouwelijke content.

Hoe de adaptieve krijgsmacht uiteindelijk vorm krijgt zal de toekomst echter moeten uitwijzen. Maar wat betreft de meeste ingenieursbureaus verwacht ik dat deze zeker bereid zijn om actief te participeren in de adaptieve krijgsmacht van de toekomst. Als ingenieurs realiseren we ons immers terdege dat het succesvolle civiele vakgebied haar wortels niet heeft te danken aan universiteiten maar aan het militaire bedrijf eeuwen geleden. Samen met de krijgsmacht maken we Nederland veiliger en bestendiger voor de toekomst.

Ga terug naar de vorige pagina